Eerst Applaus, dan Ambacht
Het mooie aan mijn vak als Drum Cafe facilitator is dat je de ene keer een zaal met honderden congresgangers laat lachen, trommelen en meeklappen, en de dag erna de diervellen op de Afrikaanse drums aan het spannen bent.
Het contrast tussen die twee werelden – het podium en het atelier – houdt me scherp en vooral enthousiast.
Tijdens een sessie voel ik de energie letterlijk door de zaal stromen.
Mensen die elkaar nauwelijks kennen, kijken opeens op, lachen, en raken op hetzelfde ritme.
De eerste slagen zijn vaak wat onwennig, maar na een minuutje is er geen houden meer aan.
Iedereen doet mee, van de directeur tot de stagiair.
Dat moment waarop alles samenvalt – dát is goud.
De dag erna sta ik in mijn werkplaats.
Geen microfoons, geen applaus, alleen de geur van hout en geit en/of koevel.
Terwijl ik een djembé opnieuw span, hoor ik het zachte kraken van het vel en weet ik dat elke drum weer zijn eigen stem krijgt.
Dat is minstens zo bevredigend als een daverend applaus.
Wat ik zo mooi vind, is dat beide kanten eigenlijk over hetzelfde gaan: verbinding.
Of het nu via een ritme is dat een zaal in beweging brengt, of via het zorgvuldig maken van een instrument dat iemand anders straks laat zingen – het draait om klank, gevoel en contact.
En soms, als ik de laatste knoop leg, hoor ik in mijn hoofd alweer een zaal vol mensen meetrommelen.
Oorspronkelijk gepubliceerd op LinkedIn.